Hoofdstuk 3 — Kleurmenging (licht & pigment)
In dit hoofdstuk leer je het verschil tussen additieve menging (licht, RGB) en subtractieve menging (inkt/verf, CMY).
Wil je begrijpen waarom RGB (licht) en CMY (pigment) zo werken? Bekijk dan het hoofdstuk Het menselijk oog en kleurwaarneming (spectrum, lichtbron, staafjes en kegeltjes).
Spectrum
Een spectrum toont kleuren die in licht voorkomen (spectrale kleuren).
Als je de spectrum-band “sluit” tot een cirkel, krijg je een doorlopende kleurervaring — met magenta als
overgang tussen rood en violet (magenta is niet-spectraal).
De termen primair, secundair en tertiair in dit hoofdstuk slaan op
kleurmenging (RGB of CMY) — dat is een model, geen spectrum.
Kleurblokken — additief (RGB) vs subtractief (CMY)
Kies hieronder Additief (licht) of Subtractief (inkt/pigment). Je ziet per model de primaire, secundaire, tertiaire en complementaire kleuren.
Tip: Klik op een kleurbolletje om de naam te zien.
3.1 Additieve menging (licht — RGB)
Additief mengen doe je met licht (scherm, beamer, LED).
Hoe meer licht je toevoegt, hoe lichter het resultaat.
R + G + B = wit
Secundair (licht): geel = R+G, cyaan = G+B, magenta = B+R.
Additief = licht optellen → meer licht = lichter → alle drie samen = wit.
3.2 Subtractieve menging (pigment — CMY)
Subtractief mengen doe je met inkt/verf/pigment (drukwerk, schilderen).
Pigmenten absorberen licht: hoe meer je mengt, hoe donkerder het resultaat.
C + M + Y → richting zwart (in drukwerk gebruikt men daarom ook K).
Secundair (pigment): rood = geel+magenta, groen = geel+cyaan, blauw = cyaan+magenta.
Simulatie: om het resultaat op een scherm te tonen zetten we CMY vereenvoudigd om naar een RGB-kleur. Echte inkten/pigmenten wijken af (papier, dekking, lichtbron, dot gain…).
Subtractief = licht “wegnemen” door absorptie → meer pigment = donkerder.